Ga naar inhoud

Taekwondo

Taekwondo is een Koreaanse vechtkunst die vooral bekendstaat om zijn trappen — hoog, snel, draaiend en springend. Stoten en blokken horen er ook bij, maar de benen doen het meeste werk. Er zijn twee hoofdstromingen: World Taekwondo (WT), waarvan het sparren een olympische sport is, en de International Taekwon-Do Federation (ITF), met eigen patronen en regels. Het wordt in groepen gegeven aan kinderen en volwassenen.

  • Lenigheid, vooral in heupen en benen, en balans in beweging.
  • Snelheid, wendbaarheid en uithoudingsvermogen.
  • Coördinatie en lichaamsbeheersing: trappen worden precies gericht.
  • Discipline, respect en zelfvertrouwen, met bandgraden om naartoe te werken.
  • De basis van zelfverdediging.
  • Een dobok, het witte pak, en een band in de kleur van je graad. Voor de eerste lessen is sportkleding prima.
  • Je traint op blote voeten op matten.
  • Voor sparren: een bodyprotector, een hoofdbeschermer, onderarm- en scheenbeschermers, een kruisbeschermer en een gebitsbeschermer. Bij ITF-sparren gebruik je gevoerde handschoenen en voetbeschermers; bij WT-wedstrijden tellen elektronische protectors en sensorsokken de punten.
  • Trapkussens, targets en matten zijn er op de club.
  • 60–90 minuten. Je begint en eindigt met een groet, en in veel clubs worden technieken in het Koreaans geteld en benoemd.
  • Een warming-up en veel stretchen, daarna de basis: standen, blokken, stoten en trappen, in rijen herhaald.
  • Trapoefeningen op kussens en targets — voortrap, rondtrap, zijtrap, achterwaartse trap en draaitrappen — vaak met voetenwerk.
  • Patronen: vaste reeksen bewegingen, bij WT poomsae en bij ITF tul genoemd.
  • Sparren met bescherming, op een niveau dat bij je past; sommige clubs oefenen ook het breken van planken.
  • De banden gaan van wit via gekleurde graden (gup) naar de zwarte band (dan). Je gaat omhoog na een bandexamen. De club vermeldt meestal of hij WT of ITF volgt.
  • Kinderen: veel clubs nemen ze al jong aan, en de banden en de structuur passen goed bij hen.
  • Tieners en volwassenen die van snelle, atletische bewegingen houden.
  • Iedereen die leniger wil worden — stretchen hoort bij elke training.
  • Mensen die een sportieve weg willen, van lokale toernooien tot wedstrijden naar olympisch model.
  • Minder geschikt voor wie problemen heeft met knieën, heupen of onderrug, omdat trappen deze gewrichten belasten. Met een blessure of een aandoening waarbij je geen klappen tegen het hoofd mag krijgen: vraag het een arts en vertel het de trainer.