Ga naar inhoud

Oekraïense volksdans

Oekraïense volksdans is de danstraditie van de Oekraïense regio's, van oudsher gedanst op bruiloften, feesten en dorpsavonden. In studio's wordt het meestal gegeven als scenische volksdans: volkse passen en figuren, bewerkt voor het podium en getraind aan de barre, zoals bij ballet. De bekendste dansen zijn de hopak, met zijn sprongen en draaien, en de snelle kolomyjka uit het westen van Oekraïne.

  • Een levende traditie leren kennen: elke regio — de Karpaten, Boekovina, Podolië, de regio Poltava, Polesië en andere — heeft zijn eigen ritme, passen, muziek en manier van handen vasthouden.
  • Sterke benen, uithoudingsvermogen en een rechte houding.
  • Coördinatie, ritme en precies voetwerk, met stampen en hakwerk.
  • Samen dansen: veel ervan gebeurt in rijen, kringen en paren, waarin de groep als één geheel beweegt.
  • Het podium: veel studio’s hebben een groep die optreedt op concerten en festivals.
  • Aansluitende kleding. Voor vrouwen een lange, wijde repetitierok — werken met de rok hoort bij de dans.
  • Karakterschoenen (dansschoenen met een stevige, lage hak en een bandje), of zachte laarzen voor mannen. Voor de eerste lessen zijn platte schoenen met een gladde zool meestal prima; vraag het de studio.
  • Kostuums — geborduurde hemden en regionale klederdracht — zijn voor optredens, en studio’s met een podiumgroep regelen die meestal.
  • Water en een kleine handdoek.
  • 60–90 minuten. Kinderen en volwassenen trainen in aparte groepen, meestal ingedeeld naar niveau.
  • De les begint aan de barre met volkse accenten: kniebuigingen, hak-teenwerk, stampen en beenzwaaien.
  • In het midden: houding, de posities van armen en handen, en de basispassen — loop- en verplaatsingspassen, stampen, draaien.
  • Sprongen en prysiadky (diepe hurkzitten met trappen, meestal door mannen gedanst) komen erbij naarmate de groep sterker wordt.
  • Dan een regionale dans of een deel van een choreografie, in rijen, kringen of paren, en aan het eind stretchen.
  • Een eerste les gaat over houding, de armen en een paar basispassen; niemand springt op dag één een hopak.
  • Kinderen en volwassenen, ook absolute beginners — de passen worden langzaam opgebouwd.
  • Oekraïners in Oekraïne en daarbuiten die dicht bij hun cultuur willen blijven, en iedereen die er nieuwsgierig naar is.
  • Mensen die houden van vaste choreografie, groepswerk en optreden.
  • Dansers van andere stijlen die sterkere benen, zuiverder voetwerk en meer podiumpresentatie willen.
  • Minder geschikt voor wie liever vrij improviseert. Sprongen, stampen en hurkzitten belasten knieën, enkels en rug; heb je daar klachten, vraag het dan aan een arts en vertel het de docent.