Ga naar inhoud

Calisthenics

Calisthenics is krachttraining met je eigen lichaamsgewicht: optrekken, push-ups, dips, squats en later vaardigheden zoals de handstand, de muscle-up en de human flag. De naam komt van de Griekse woorden voor schoonheid en kracht. Je traint het in studio's en aan rekstokken in de buitenlucht, waar dezelfde soort training vaak street workout heet.

  • Kracht in verhouding tot je lichaamsgewicht, en controle over je lichaam.
  • Duidelijke vooruitgang: van je eerste pull-up naar steeds moeilijkere vaardigheden.
  • Mobiliteit en stabiele gewrichten, vooral in je schouders en polsen.
  • Bijna overal kunnen trainen, zodra je de bewegingen kent.
  • Een studio heeft optrekstangen, dipbars, ringen, lage handgrepen voor push-ups en handstands (parallettes), weerstandsbanden en matten.
  • Sportkleding waarin je vrij kunt bewegen, sportschoenen, water en een handdoek.
  • Met weerstandsbanden kun je pull-ups en dips oefenen voordat je ze zelfstandig kunt.
  • Sommige mensen gebruiken magnesium voor grip — vraag het eerst aan de studio.
  • 60–90 minuten. Een warming-up met gewrichtsmobiliteit, vooral voor polsen en schouders.
  • Skillwerk: stappen richting een handstand, een muscle-up of een lever, van makkelijke naar moeilijke varianten (die heten progressies).
  • Krachtsets — trekken, duwen, benen en core — met herhalingen die bij je niveau passen.
  • De les eindigt vaak met core-werk en stretchen.
  • In een eerste les kijkt de trainer wat je al kunt — hoeveel push-ups, of je aan de stang kunt hangen — en geeft je van elke oefening de juiste variant.
  • Mensen die graag zonder machines trainen, binnen of buiten.
  • Tieners en jongvolwassenen die het leuk vinden om doelen te stellen en te halen.
  • Beginners op elk krachtniveau: elke oefening heeft een makkelijkere variant.
  • Klimmers, vechtsporters en andere sporters die hun eigen lichaamsgewicht goed moeten beheersen. Zie ook Functionele training.
  • Minder geschikt bij een schouder-, elleboog- of polsblessure, omdat die gewrichten veel van de belasting dragen — vraag eerst je arts en vertel het de trainer. Bouw geleidelijk op: pezen wennen langzamer aan nieuwe belasting dan spieren.