Ga naar inhoud

Vinyasayoga

Vinyasayoga is een vloeiende stijl waarin je van de ene houding naar de volgende gaat op het ritme van je ademhaling — de ene beweging op de inademing, de volgende op de uitademing. Het is voortgekomen uit ashtangayoga, maar de volgorde van de houdingen ligt niet vast: elke docent bouwt een eigen reeks, dus geen twee lessen zijn precies hetzelfde. Het wordt vaak flow yoga genoemd.

  • Kracht in je armen, schouders, core en benen: je draagt vaak je eigen gewicht, bijvoorbeeld in de plank en de neerwaartse hond.
  • Lenigheid en beweeglijkheid in je hele lichaam.
  • Een hogere hartslag: een dynamische les kan voelen als een lichte cardiotraining.
  • Focus: adem en beweging op elkaar afstemmen houdt je aandacht bij de beoefening.
  • Een antislipmat — je beweegt veel en je gaat zweten, dus grip is belangrijk. Studio’s lenen meestal matten uit.
  • Een kleine handdoek en water.
  • Blokken en een riem, die de studio meestal heeft.
  • Aansluitende, rekbare kleding die op zijn plek blijft als je voorover buigt of ondersteboven gaat. Je oefent op blote voeten.
  • Meestal 60–75 minuten; sommige studio’s hebben kortere of langere lessen.
  • Een rustige start met ademhaling, daarna rondes zonnegroeten (surya namaskar) om op te warmen en het ritme te zetten.
  • De hoofdflow: staande houdingen, lunges en balanshoudingen, verbonden door een korte, steeds terugkerende overgang — plank, een lage push-up (chaturanga), opwaartse hond en neerwaartse hond. Die overgang zelf wordt vaak ook een vinyasa genoemd.
  • Rond het midden kan er een moeilijkere houding komen — een armbalans, een omkering of een diepere achteroverbuiging — altijd met eenvoudigere opties.
  • Aan het eind gaat het tempo omlaag met houdingen op de vloer, stretches en savasana, een slotontspanning. Veel docenten draaien muziek.
  • Het niveau verschilt sterk. Zoek voor je eerste lessen naar beginners of slow flow op het rooster, en vraag de docent hoe je chaturanga met je knieën op de grond doet.
  • Mensen die langzame yoga te stil vinden en graag bewegen en zweten.
  • Wie de basishoudingen al kent, bijvoorbeeld van Hathayoga.
  • Hardlopers, fietsers en sportschoolgangers die lenigheid en kracht met hun eigen lichaamsgewicht in één les willen.
  • Iedereen die van afwisseling houdt: de reeks verandert van les tot les en van docent tot docent.
  • Minder geschikt voor een absolute beginner in een snelle les, of voor iedereen met pols- of schouderklachten, vanwege de vele overgangen door de plank. Als je zwanger bent of een hart- of bloeddrukaandoening hebt, vraag je eerst je arts en vertel je het de docent vóór de les.