Ga naar inhoud

Argentijnse tango

Argentijnse tango is een geïmproviseerde partnerdans die eind negentiende eeuw ontstond in het gebied rond de Río de la Plata — Buenos Aires en Montevideo. Je danst hem in een omhelzing, dicht of open, en hij is gebouwd op lopen: de leider stelt elke stap voor en de volger antwoordt, zodat geen twee dansen hetzelfde zijn. Het is iets anders dan de tango van het stijldansen.

  • Een sociale dans met eigen avonden: een milonga is een avond waarop tango wordt gedanst, en een práctica is een ontspannen oefensessie.
  • Houding, balans en een stabiele as — een groot deel van de dans sta je op één been.
  • Improvisatie en goed luisteren, naar de muziek en naar je partner.
  • Rustige, gelijkmatige beweging in plaats van cardio.
  • Een gemeenschap waarin mensen van heel verschillende leeftijden samen dansen.
  • Kleding waarin je vrij kunt lopen; een broek of rok die je benen niet tegenhoudt.
  • Schoenen met een leren of suède zool die makkelijk draait en die goed om de voet vastzitten. Tangoschoenen voor volgers hebben hakken, maar je kunt eerst op platte schoenen leren; leiders dansen op schoenen met een gladde zool.
  • Geen rubberen zolen: die blijven haken bij het draaien en verdraaien je knie.
  • Water, en een schoon shirt voor de dichte omhelzing.
  • 60–90 minuten, en veel scholen houden na de les een práctica.
  • De les begint met alleen lopen, dan lopen in de omhelzing: je as vinden, samen stappen, samen stilstaan.
  • Dan de basiselementen — de kruispas, voor- en achterwaartse ocho’s (draaiende achtjespassen), draaien — en hoe je die leidt en volgt.
  • Meestal wissel je van partner. Leiden en volgen zijn rollen, iedereen mag elk van beide leren, en veel dansers leren ze allebei.
  • Tangomuziek kent drie ritmes: tango, vals (tangowals) en milonga (sneller en speels). Lessen richten zich vaak op één ervan tegelijk.
  • Veel docenten leggen ook de gebruiken van een milonga uit: paren bewegen tegen de klok in door de zaal, de nummers worden in sets gedraaid die tandas heten, en mensen vragen elkaar ten dans met een blik en een knikje (de cabeceo).
  • Volwassenen van elke leeftijd: het tempo is rustig, en veel mensen dansen tientallen jaren tango.
  • Mensen die meer houden van stille concentratie en verbinding dan van kunstjes.
  • Paren, en mensen die alleen komen.
  • Dansers van andere stijlen die hun omhelzing, balans en muzikaliteit willen verbeteren.
  • Minder geschikt voor wie een workout of een vaste choreografie wil. Draaien en hakken belasten knieën, enkels en voeten; heb je daar klachten, vraag het dan aan een arts, vertel het de docent en begin op platte schoenen. Voor de tango van het stijldansen, zie Stijldansen: standaard.